Blendle Klubblad

‘Héél veel Wok-to-Go’

In een bedrijf waar veranderingen elkaar in rap tempo opvolgen, is ‘vroeger’ de aanduiding voor nog geen vijf jaar geleden. Bij Blendle zijn er maar weinigen die erover kunnen vertellen. Met Jordi Wippert – slechts 24 jaar, maar toch één van die ‘Blendle-dinosauriërs’ – verlaat een stuk geschiedenis het gebouw.

Hij moest een soort space-tunnel door, over een loopbrug, voorbij een ufo. Hij was twintig jaar, op weg naar zijn allereerste ‘echte’ sollicitatiegesprek. Eerst had hij een tijd door de Jaarbeurs moeten dwalen, tussen de lege congreszalen. Nu stond hij in deze futuristische omgeving voor de deur van het Blendle-kantoor, dat hij later net als de andere jongens daarbinnen ‘de hokken’ zou gaan noemen. Want het Blendle-hoofdkwartier bestond destijds nog uit een rij benauwde kamertjes met overal schermen, vertelt Jordi Wippert. Een chaos aan kabels, wat planten, een Playstation en een stuk of twintig jongens zoals hij. “Een beetje een bende eigenlijk.” 

Het ‘echte’ sollicitatiegesprek ging er dan ook veel relaxter aan toe dan hij gedacht had. Backend developer Erik Terpstra liet hem zien in welke onbruikbare formats kranten hun artikelen bij Blendle aanleverden. Team Workflow – dat op dat moment nog alleen uit Erik bestond – bouwde die formats om (‘converten’) tot een format waar Blendle wél iets mee kon. Wippert vond het allemaal prachtig, want het gebeurde in programmeertaal Ruby, en dat was nu net de taal die hij op tijdens opleiding Communication & Multimedia Design een beetje geleerd had. 

Twee nieuwe programmeurs werden aangenomen, maar Wippert zat daar niet bij. Toen hij teleurgesteld mailde dat hij enkel hoopte op een stageplek, mocht hij alsnog per direct beginnen. Het was februari 2015 en er was werk te doen. Niet zo’n beetje ook. Mede-Blendle-oprichter Marten Blankesteijn was al bezig met zijn schier oneindige treintournee langs Duitse uitgevers, wat in september van dat jaar zou leiden tot Blendle Deutschland.

Naarmate de aangekondigde lanceerdatum naderde, steeg de spanning, vertelt Wippert. “Ons team zou meegaan naar Berlijn om het moment dat we live gingen in Duitsland te vieren. Maar wij waren er helemaal niet zeker van dat het tegen die tijd allemaal zou werken.” Bijna iedere dag was er weer één of andere regionale Duitse krant die óók nog moest worden toegevoegd. Team Workflow sloot zich op in een hok om zo ongeveer non-stop converters te bouwen. “Vooral de laatste twee weken kwam ik vaak om twaalf uur ’s nachts thuis pas thuis – en de volgende dag vroeg weer verder.” Berlijn hebben ze niet gehaald: “Stel dat er iets mis ging – het leek ons handiger dat wij in dat geval rustig bij onze laptops zaten, in plaats van feestvierend in Berlijn.” 

Klinkt als een dramatische eerste periode? “Het was fantastisch!”, zegt Wippert zonder een spoortje ironie. “Ik voelde dat we met z’n allen aan iets groots werkten. De vibe was zó goed. Iedereen ging er helemaal voor, we hadden allemaal maar één doel.” 

Het was mede door de samenwerking onder hoogspanning dat hij als vanzelf een nauwe band opbouwde met zijn collega’s, maar ook vanwege de vele uren die ze met elkaar doorbrachten. “We zijn samen naar Lowlands geweest, en een keer of drie met z’n allen een weekend naar Centerparks. Potjes voetballen, zwemmen, kaarten, bier drinken – alsof je met een groep vrienden op vakantie bent.” In de hokken werd er na het werk eindeloos Fifa gespeeld, af en toe konden voorbijgangers de jongens in hoodies buiten zien voetballen op het brede toegangspad van de Jaarbeurs. (Vrouwelijke collega’s waren in die tijd overigens op één hand te tellen.) 

Op vrijdagmiddag verplaatste de hele groep zich naar het terras van De Beurs op het Neude, in de winter zaten ze bij Lebowski onder de Dom, herinnert Wippert zich. “We aten ’s avonds ook vaak op kantoor. Héél veel Wok-to-Go. Soms at ik wel vier dagen in de week bij Blendle. Dat deed niet iedereen hoor, maar voor mij kwam het goed uit. Ik was voor Blendle naar Utrecht verhuisd, en had daar – vooral het eerste jaar – verder helemaal niks, kende er niemand. Dat klinkt nu misschien heel droevig, maar ik vond het dus nooit erg om wat langer te blijven doorwerken, of samen de Champions League te kijken.” 

Behalve de uitjes voor de collega’s, organiseerde Blendle ook evenementen voor de buitenwereld die diepe indruk maakten op Wippert. “We hadden bijvoorbeeld het Gouden Pen Gala, een prijsuitreiking voor het best verkochte stuk. Bekende journalisten en belangrijke mensen uit het mediawereldje – ze kwamen er allemaal op af. Iedereen in pak, wij ook. Zo’n avond laat je echt inzien dat je werk ertoe doet.” 

Wippert bewaarde de artikelen die media aan ‘zijn’ bedrijf wijdden. “Ik heb zelfs nog een screenshot dat ik met capuchon op in beeld ben op het NOS-journaal”. Geregeld stuurden zijn ‘vrienden van thuis’ hem berichten dat ze alwéér een interview met zijn baas hadden gezien. “Zelf kon ik trouwens ook niet ophouden met praten over Blendle”, zegt hij met een lachje. 

Alles ging snel. Landen erbij, een hele hoop werknemers erbij – de hokken puilden uit. “De eerste twee jaar heb ik lang geen vrij genomen, omdat ik niks wilde missen. Ik geloof niet dat ik toen op vakantie ben geweest. Vond ik ook niet nodig.” Toch heeft Wippert naar eigen zeggen nooit last gehad van stress. “Er zijn wel mensen geweest die dat overkomen is”, zegt hij aarzelend. “Dan hoorde je pas achteraf wat de reden was dat iemand ineens een periode vrij had genomen.” Monter: “Maar voor mijn gevoel kregen de meeste mensen net als ik vooral veel energie van het werk.” 

Zijn stage ging haast geruisloos over in een afstudeerproject bij Blendle, en daarna in een baan. “Het belangrijkste dat ik bij Blendle leerde, is dat je lol kunt hebben in je werk. Ik was aan het begin heel bang dat ik nog niet goed genoeg zou zijn in programmeren, maar ik ontdekte dat werken net zo goed studeren is.” Na dik twee jaar smaakte dat naar meer. “Ik had bij Blendle een hoop geleerd als developer, maar ik had het gevoel dat ik theoretische achtergrondkennis miste. Programmeren was slechts een klein onderdeeltje van mijn opleiding geweest, ik had nooit Informatica gestudeerd ofzo.” Zo schroefde Wippert zijn baan terug naar parttime, en schoof de universiteitsbanken in.

Inmiddels is er niemand meer over van zijn oude team, zijn de hokken al lang verruild voor een veel minder benauwde en professionelere werkomgeving, en heeft bijna niemand het nog over Duitse kranten. “Ik kan wel blijven jubelen over de beginperiode en de weekendjes weg, maar dit is óók super mooi: zo’n gigantisch kantoor, en zo goed als het gaat met Blendle. Het is niet beter of slechter dan vroeger, het is anders. Grotere teams, andere samenstelling, andere werkmethodes. Je kunt niet verwachten dat het er dan nog steeds zo aan toegaat als toen.” 

Wippert vertrekt omdat hij gaat afstuderen, en dat wil hij dit keer niet bij Blendle doen. “Een masterproject is een mooie manier om ergens binnen te komen.” Op de vraag wat Wippert niet zal missen, komt hij niet verder dan ‘de muizen’. “Ja, ik besef dat ik het ergens anders mogelijk niet zo leuk ga vinden als hier”, zegt hij. “Maar het is vast goed voor mij om ook iets anders mee te maken. De wereld is groter dan Blendle alleen.” 

Meer uit het Klubblad

Arrow-up